Wilma Tiemersma-Veenstra (* 1960, Leeuwarden) is de jongste uit een gezin van drie kinderen. Hun vader sterft plotseling op 43-jarige leeftijd aan een hartinfarct. Dit traumatisch verlies heeft een enorme impact op het gezin en ieder beleeft dit verlies op een eigen manier. Op 20-jarige leeftijd trouwt Wilma, het echtpaar gaat wonen in Roermond, waar haar man een baan heeft; Wilma vindt een baan als kleuterleidster. In 1984 keren ze terug naar Friesland, waar Wilma in 1985 begint met een deeltijd hbo-opleiding Theologie. Het eerste collegeblok over rouw en verlies haalt het vroege trauma weer naar boven en de existentiële vragen rond leven en dood blijven haar vergezellen gedurende haar verdere geloofsontwikkeling. Ze gaat in therapie als ze instabiliteit in haar leven ervaart.
Vanaf eind jaren negentig werkt ze als docent levensbeschouwing, pastoraal werker en geestelijk verzorgeren, en sinds 2011 als predikant in twee doopsgezinde gemeenten in Friesland. Gaandeweg komt ze er achter dat het verlies in haar jonge leven haar levensweg heeft bepaald in haar zoektocht naar zin en authenticiteit. Een periode van burn-out en haar studiereizen naar het Schotse Iona en Holy Island hebben haar geleerd vaker rust, stilte en bezinning toe te laten en de verbinding met de natuur en de Ene te zoeken, alsook door meditatie en creativiteit.


